Eigen woning voor studerend kind (GPD)
12-04-2010
door: Irene van den Berg
Den Haag - GPD - Menig student droomt ervan: een ruime kamer in een historisch pand, gelegen in het hartje van de stad. Maar door kamernood en torenhoge huren zijn de meeste studenten veroordeeld tot moeders pappot of een bezemkast drie hoog achter. Studenten die het zat zijn om de zoveelste kijkavond af te struinen, kloppen daarom nogal eens bij pa en ma aan. Het kopen van een studentenhuis kan een zinvolle investering zijn, maar pas op voor de financiële risico’s.
Ouders die zoon- of dochterlief willen helpen bij de aankoop van een studentenhuis, kunnen kiezen voor verschillende constructies. Allereerst kunnen zij, bijvoorbeeld met de overwaarde uit hun eigen huis, een studentenhuis kopen en deze vervolgens onderverhuren. ,,De kinderen kunnen hun eigen huisgenoten kiezen en ze hebben niet van doen met een louche huisjesmelker”, zegt directeur Wijnand Groenen van 4-Freedom Vastgoed, dat bemiddelt bij aankoop van studentenhuizen en beleggingspanden.
Van de huuropbrengsten betalen de ouders de hypotheek. De huurinkomsten van een tweede woning zijn onbelast. Bij een stijgende huizenprijs, kunnen zij een mooie winst maken bij de verkoop van het studentenhuis. ,,Wij raden altijd aan om het huis minimaal vijf tot tien jaar vast te houden om van een goede waardestijging te kunnen profiteren”, aldus Groenen.
Er zitten wel een paar addertjes onder het gras bij de verkoop. Zo is het onverstandig om de woning te verkopen met de huurders erin omdat deze dan minder opbrengt. Huurders worden in Nederland goed beschermd en mogen niet zomaar op straat worden gezet. Maak hierover dus vooraf goede afspraken over met de huisgenoten van uw kinderen. Ook een volledig uitgewoonde studentenwoning zal geen goudmijn zijn. Stel dus een huisreglement op en zorg er - via zoon of dochter - voor dat iedereen dit naleeft.
Ouders kunnen ook kiezen voor een studentenwoning op naam van het kind. Zij tekenen mee voor de schuld en staan garant. De hypotheekverstrekker stelt als voorwaarde dat ouders voldoende overwaarde hebben op hun woning. Het kind draagt zelf de hypotheek af. De hypotheekkosten worden - deels - vergoed uit de huuropbrengsten van de huisgenoten. Voordeel van deze constructie is dat de hypotheekrente mag worden afgetrokken; dit geldt alleen voor het eerste woonhuis. De huurinkomsten boven 4.265 euro (tarief 2010) worden daarentegen wél belast als inkomen. Reken van tevoren dus goed uit welke constructie het meest gunstig is. Denk er tevens goed over na of je zoon of dochter de verantwoordelijkheid van huisbaas wel aankan. De ouders worden in deze constructie immers aansprakelijk gesteld als het kind zijn betalingsverplichting aan de bank niet nakomt.
Tot slot kunnen ouders ook geld lenen aan hun studerende kinderen voor het kopen van een studentenhuis. Bijvoorbeeld van hun spaargeld of de overwaarde op hun woning. Het kind koopt de woning van het geleende geld en betaalt rente aan zijn ouders. Deze rente kan eventueel deels weer door de ouders worden belastingvrij teruggeschonken. Ouders mogen per kind in 2010 vijfduizend euro belastingvrij schenken.
In alle gevallen is het belangrijk om goed te checken of de woning daadwerkelijk als studentenhuis verhuurd mag worden. Vaak is hier een vergunning voor nodig. De criteria voor het verkrijgen van zo’n vergunning zijn in de ene stad strenger dan in de andere.
En vergeet niet dat bij de taak van huisbaas meer komt kijken dan het innen van de huur. Je draagt ook de verantwoordelijkheid voor huurcontracten, kamerwisselingen en de administratie. En als de wc verstopt zit, wordt jij als eerste gebeld. Zeker als het huis van de ouders is, en deze op afstand wonen, kan dit flink wat rompslomp betekenen. Het valt daarom te overwegen om de verhuur en het beheer van het huis uit te besteden.
