Brandveiligheid Studentenkamer kan veel beter

  Brandveiligheid Studentenkamer kan veel beter


Publicatiedatum: 02.11.2009
 

Studentenkamer heeft een woonfunctie
Uit een onderzoek van de VROM-inspectie (juli 2009) is gebleken dat de brandveiligheid van studentenhuizen in ruim de helft van de onderzochte panden niet voldoet. In dit representatief onderzoek zijn schrikbarende conclusies naar voren gekomen. De belangrijkste tekortkomingen zijn o.a. het niet realiseren van de bewoners bij de gevolgen van een brand en het ontbreken van technische voorzieningen zoals een 2e vluchtweg, het

ontbreken of niet goed functioneren van rookmelders en blokkades van vluchtwegen door de aanwezigheid van obstakels (gebrek aan ruimte).

Mogelijk moeten de eisen voor o.a. brandveiligheid nog zwaarder worden doordat de Raad van State in een uitspraak (mei 2009) heeft aangegeven dat een kamer/studio, indien ingericht voor één persoon beschouwd moet worden als een separate woonfunctie en moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor een woonfunctie.

Met name bij de particuliere verhuurder zijn er meer tekortkomingen dan bij bv een woon of -studentencorporatie. In deze categorie is bij een gemeente niet altijd bekend dat er studenten e.d. in panden met verschillende kamers gehuisvest zijn. Er is bij het onderzoek onderscheid gemaakt tussen kamergewijze en niet-kamergewijze verhuur. De toelichting bij het Gebruiksbesluit leert dat een studentenhuis waarin de bewoners gezamenlijk een huishouden voeren niet onder de definitie van kamergewijze verhuur valt. Overduidelijke voorbeelden zijn o.a. gezamenlijke keukens, woonkamer en sanitair. Dit heeft wel tot gevolg dat de specifieke bepalingen uit het Gebruiksbesluit voor het grootste deel van de kamerverhuur in de gemeenten niet van toepassing is en men alleen maar op het voorschriften van het Bouwbesluit kan terugvallen.

Het toezicht houden op studentenhuisvesting wordt doordat de huisvesting niet altijd onder het Gebruiksbesluit valt, hierdoor moeilijker. Gemeenten die in het verleden een strenger beleid hadden voor de brandveiligheid hebben door de invoering van het Gebruiksbesluit de eisen naar beneden moeten bijstellen.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat bij gemeenten niet altijd bekend is hoeveel panden er als studentenhuis gebruikt wordt en hoeveel mensen er daadwerkelijk in verblijven. Verhuurders kunnen hier een rol van betekenis in spelen. Zij kunnen een SKW-certificaat aanvragen waarmee een verhuurder kan aantonen dat de huisvesting voldoet aan de (brand)veiligheidseisen. Enkele gemeenten promoten dit certificaat al en kunnen hierdoor zich meer concentreren op de probleemgevallen.

In een uitspraak van de Raad van State is komen vast te staan dat een woongebouw in de gemeente Groningen met zes studio's niet als één woonruimte gezien mag worden, maar elke studio als afzonderlijke woonfunctie moet worden beschouwd. De basis van deze uitspraak ligt in het feit dat indien een studio bedoeld is voor het afzonderlijk gebruik voor het wonen door één persoon, de studio aangemerkt dient te worden als een afzonderlijke woonfunctie.

Dit betekent concreet dat een studio/kamer moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit , zoals de minimale oppervlakte voor het verblijfsgebied, ventilatie, daglicht, brandveiligheid enz.

Om meer inzicht in de situatie qua brandveiligheid van bij een gemeente bekende maar ook onbekende studentenhuisvesting te krijgen en deze te verbeteren is meer toezicht noodzakelijk; certificering in deze kan een rol van betekenis hierin vervullen. Er ligt een taak voor zowel de gemeente, de universiteit en de verhuurder om niet alleen meer en betere voorlichting te geven, maar ook een beter inzicht te krijgen in het aantal studentenhuizen en hier het toezicht op te verbeteren.